donderdag 28 maart 2013

DIV battle


Voor het eerstkomende overleg van DIV-ers  (liever spreek ik van ‘informatie- en kenniswerkers – IK-ers) van de bij het BHIC aangesloten organisaties, ben ik een thema aan het uitwerken dat verband houdt met content-curatie. Over het wel en wee van dit begrip is al het nodige gedebatteerd. Hoe dan ook biedt het nieuwe inzichten en uitzichten: ook voor informatie- en kenniswerkers (IK-ers) bij lokale overheden.

Om de algemene context wat nader te bepalen wil ik verwijzen naar een tweetal artikelen van Jan Willem Boissevain, getiteld “Flexibele gemeente is netwerkorganisatie” en “de diplomabureaucratie”. Hierin wordt o.a. gesteld dat in de huidige netwerksamenleving de overheid moet leren ‘delen en loslaten’ en dat gezocht moet worden naar een ander type ambtenaar, ‘iemand die goed is in het contact met de burger en zelf zijn of haar weg weet te vinden in de organisatie’. Precies hierin liggen nieuwe aanknopingspunten voor IK-ers bij o.a. gemeenten en kan een relatie worden gelegd met het begrip ‘content-curatie’.

Maar eerst even terug naar het heden.

Op dit moment tekent zich de ontwikkeling af waarbij IK-ers (DIV-ers) zich als informatieregisseurs ontpoppen; als belangbehartigers van het proces waarbij informatie vanuit de creatiefase, via vastgestelde typologieën, wordt ingebed in systemen die – naast klantcontact en procesafhandeling – moeten waarborgen dat informatie authentiek en integer kan worden opgeslagen, bewaard en terugvindbaar is, waarbij bovendien  - voor het cultuurhistorisch residu - randvoorwaarden geschapen moeten worden om te komen tot duurzame bewaring/preservering.

Veel van wat hier genoemd wordt, vindt idealiter plaats via vooraf ingestelde kaders en voor zover nog sprake is van uitvoering zijn specialisten vanuit het primaire proces (geen DIV-ers dus) hiervoor eerstverantwoordelijk. Feitelijk zijn het uitsluitend de contouren waarmee de DIV-er zich nog bemoeid, en dat is ietwat karig. Zeker gelet op zijn achtergrond als documentalist, maar zeker ook als je kijkt naar de (sociale) omgeving waarin lokale overheden vandaag de dag opereren. 

De converserende ambtenaar maakt dat lang niet in alle gevallen duidelijk is waar content ontstaat en hoe deze te verzamelen. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of bovengenoemde ontwikkeling in voldoende mate vorm en inhoud geeft aan de taken van een IK-er.

Immers, overheden moeten - als netwerkorganisaties - steeds meer anticiperen op behoeften en trends uit/in de samenleving waar zij onderdeel van uitmaken. De wisselwerking die dit oplevert evenals het monitoren van deze omgeving wordt steeds belangrijker en vormt een - mogelijke - taak voor de IK-er.

De informatie die hieruit voortvloeit,  zal – als sociaal object en als onderdeel van ‘ons’ archief – van betekenis en context moeten worden voorzien. Ook hier liggen kansen voor de DIV-er als ‘curator’ van ‘content’ waarbij het ‘contact’ met de klant zorgt voor ‘context’. Hier wordt deels voortgeborduurd op zoiets als webcare, een thema waar traditiegetrouw communicatieafdelingen - terecht - de boventoon in voeren. Echter ben ik ervan overtuigd dat – in de naaste toekomst – de IK-er steeds meer zijn of haar toenadering zal zoeken tot de communicatieprofessional – meer nog dan tot de I(C)T-er –. 

Deze ontwikkeling krijgt hier en daar al gestalte (alhoewel in dit geval de communicatieprofessional leading is).

Informatie en het beheer daarvan vormen (steeds meer) een commodity; grondstoffen die voor iedereen (klant en informatiewerker) in meer of mindere mate aanwezig zijn. Vergelijk dit  - enigszins gechargeerd - met de ontwikkeling waarbij iedereen in staat is om zijn eigen teksten te redigeren met behulp van een tekstverwerker.

Het verschil wordt gemaakt in de wijze waarop de IK-er in staat zal zijn om enerzijds nieuwe invalshoeken te creëren in de wijze waarop met informatie wordt omgegaan en anderzijds de vaardigheid bezit om informatie buiten zijn eigen netwerk om te traceren en van betekenis te voorzien. Een en ander tegen de achtergrond van de missie van de eigen organisatie.

Is de huidige DIV-er in staat om de omslag te maken richting informatie- en kenniswerker of zijn anderen hiertoe beter in staat (?).  Zitten we hiermee radicaal op een verkeerde koers, of (en zo) niet: welke competenties horen hierbij...(?)

Het lijkt mij interessant om hierover de discussie aan te gaan met DIV-ers, naar aanleiding van een algemeen betoog over nieuwe rollen en inzichten o.m. gerelateerd aan content-curatie en nieuwe vormen van informatie(beheer).
 
Uiteraard speelt bij dit alles op de achtergrond mee dat in de totale hoeveelheid aan informatie, er keuzes gemaakt moeten worden om niet te vervallen in een ernstige vorm van ‘digital hoarding’. En zo eindig ik dan toch nog in 'DIV majeur'.

donderdag 14 maart 2013

Niemandsland

Stel, je hebt een balie waar mensen zoals jij en ik op ieder gewenst moment van de dag informatie over informatie kunnen opvragen. Informatie over het creeren, beheren, toegankelijk maken, beschikbaarstellen, preserveren en in voorkomende gevallen ook het vernietigen van content, waar zou zo’n balie dan ergens moeten staan en wie zou deze moeten beheren…

Moet er uberhaupt wel een balie zijn, of is een laagdrempelige website wellicht ook voldoende. En als je informatie over informatie aanbiedt, is het misschien wel zo praktisch om gelijk even te kijken wat je met die informatie zoal kunt doen. Of anders gezegd, hoe plaats ik mijn content binnen de juiste context. Immers, informatie geeft en informatie neemt.



In tijden van (over)vloed pik ik er het mijne uit, terwijl op andere momenten mijn informatie weer wordt opgenomen in diezelfde (over)vloed en op een andere manier weer onderdeel gaat uitmaken van het grotere geheel. Vraag is alleen wie in dit mechanisme de rots in de branding is.

Daarover had ik vanavond een leuk gesprekje met een bibliotheekmedewerkster. Een gesprek waar – als het aan mij ligt – zeker een vervolg op komt. Zeker ook omdat aan het eind zo mooi het niemandsland tussen archief en bibliotheek aan bod kwam, een land waar mensen zoals jij en ik onze eigen informatie beheren maar niet weten hoe hier het beste mee om te gaan. Dat niemandsland zou zomaar een plekje kunnen krijgen in bijvoorbeeld deze bibliotheek. Maar daarover later meer.

Met dank aan @JoostHeessels voor de foto.

 Deze blogpost is eerder gepubliceerd via zininformatie op 28 februari 2013.

Even een ruwe aantekening over 't archief

Onderstaande quote kwam ik onlangs tegen in een blogpost van Jussi Parikka op Machinology, een en ander naar aanleiding van het verschijnen van “Digital Memory and the Archive” van Wolfgang Ernst:
In the popular imagination, archives are remote, largely obsolete institutions: either antiquated, inevitably dusty libraries or sinister repositories of personal secrets maintained by police states. Yet the archive is now a ubiquitous feature of digital life. Rather than being deleted, e-mails and other computer files are archived. Media software and cloud storage allow for the instantaneous cataloging and preservation of data, from music, photographs, and videos to personal information gathered by social media sites.
Nog nooit is ‘het archief’ zo hot geweest als nu, op dit moment. Daarom ook verwondert het mij dat zoveel informatiemanagers annex – beheerders moord en brand schreeuwen dat er zo weinig aandacht is voor het managen van (social) media content. Het ís namelijk al ‘gearchiveerd’, ontsloten, doorzoekbaar, terugvindbaar en in een toenemend aantal gevallen verwijderbaar en exporteerbaar. Misschien niet in optima forma, maar wel veel beter dan menig ABS, DMS, RMA of welk ander systeem dan ook op dit moment aan kan. In die zin heb ik wel eens het idee dat we steeds meer achter de feiten aanlopen en, meer nog dan het zoeken naar oplossingen, aan moeten sluiten bij wat er al is en nagaan op welke wijze hierop voortgeborduurd kan worden: monitoren en meedenken dus in plaats van ingraven en afschieten (wat nu toch zo’n beetje de modus is).

Dit biedt tegelijkertijd ruimte om de blik ook eens een andere kant op te richten. Want naast het feit dat het archief vandaag de dag een alomtegenwoordig onderdeel is van het digitale leven, speelt het gegeven dat we steeds méér op zoek zullen moeten gaan naar persoonlijke informatie (van anderen) verzameld door sociale media sites. Want daar ligt een steeds groter deel van ‘ons’ archief.

Hoe zullen we het eens gaan noemen: archive curation…

Natuurlijk valt er op het bovenstaande nog heel wat af te dingen en bij te schaven, maar grofweg is dit wel hetgeen ik even kwijt moest. Waarvan akte.

Deze blogpost is eerder gepubliceerd via zininformatie op 7 februari 2013.

Internet Inc.

Op mijn tocht door teksten van en over Vuk Cosic kwam ik onlangs terecht bij een artikel op de website van The Believer uit 2006 getiteld ‘My Art World Is Bigger Than Your Art World‘. Een artikel dat van begin tot eind ‘pakt’.
In de opmaat wordt gerefereerd aan een interview tussen Caitlin Jones en Cory Arcangel, waarin Jones de volgende vraag stelt:
Your work exists in multiple formats: as an object and as installation, but also as pure code that you freely distribute over the internet. Now that you’re starting to sell work in the art market, what does this multiplicity mean to a collector or an institution that buys it? Is it something that you think about? Do you really care?
Met daarop het antwoord van Cory Arcangel:
Not really. [Laughs] It just means it’s better, right? That the work will exist in all these different worlds, that it is circulating in all these other forms—and, especially valuable, it will be circulating on the internet. So you know eight trillion more people are going to know what the project is—and they’ve actually been able to see it [not just a photo of it]. Which, for me, was the whole point in the first place.
Even verderop wordt verwezen naar quote uit een essay van Bruce Sterling (A Short History of the Internet,” The Magazine of Fantasy and Science Fiction, Feb. 1993).
Why do people want to be ‘on the Internet?’ One of the main reasons is simple freedom. The Internet is a rare example of a true, modern, functional anarchy. There is no ‘Internet Inc.’ There are no official censors, no bosses, no board of directors, no stockholders. In principle, any node can speak as a peer to any other node, as long as it obeys the rules of the TCP/IP protocols, which are strictly technical, not social or political.
Wat ik mij afvraag is wat mij nu daadwerkelijk ‘pakt’ in deze quotes: naïviteit, jeugdig optimisme of daadwerkelijke hoop…

Deze blogpost is eerder gepubliceerd via zininformatie op 3 februari 2013.

woensdag 13 maart 2013

Ontschot het informatiebeheer en ga informeren


Onlangs las ik in Od een artikel over de toekomst van DIV. Het artikel is geschreven naar aanleiding van de – jaarlijkse – Round Table-discussiebijeenkomst. En alhoewel dit soort bijeenkomsten zich doorgaans lenen voor grote omhalen, bewoordingen, ideeen en denkbeelden, moet ik eerlijk bekennen dat hiervan ditmaal geen sprake was. Althans, zo kwam het niet op mij over. Uiteraard werden veel gemeenplaatsen bezocht, maar dat is al zo vaak gebeurd. Zo krijgt de zoektocht naar een alternatieve term voor ‘DIV’ bijna religieuze trekjes. En dat is jammer, want de oorspronkelijke insteek en bedoelingen zijn zo goed.

De reden voor deze blogpost is vooral dat ik in het hele artikel niet een keer de term ‘informeren’ ben tegengekomen. Een aanduiding die als geen ander zowel het verschaffen als het verkrijgen van informatie behelst. Een simpele uitdrukking ook, misschien wel te simpel. Desalniettemin denk ik dat deze term de redding is voor DIV, waar informatie’beheer’ zijn ondergang zal betekenen. Waarom (?), nou gewoon omdat het onzinnig is te bedenken dat je in de huidige tijd informatie kunt ‘beheren’, laat staan dat je deze activiteit bij een of enkele personen (in een organisatie) kunt beleggen. Regie en risicoanalyse zijn veelgehoorde begrippen. Echter, deze behoren toe aan het ‘controle’ domein, wat evenmin in staat zal zijn om de (veronderstelde) informatie-explosie in te dammen.

Nee DIV-ers, laten we nu gewoon eens gaan ‘informeren’ in de organisatie en daarbuiten. Jij en ik gaan de boer op, praten met collega’s, burgers en buitenlui over HUN informatiegedrag. Wat beweegt hen om informatie te (willen) beheren, bewaren, vernietigen en muteren. En, wat beweegt ons om deze vragen te stellen: dat is in essentie informeren, toch (?).

Ergens las ik in het artikel dat de “informatiehuishouding overal individualiseert”, en dat klopt helemaal. Informatie ‘socialiseert’, terwijl de onderliggende systemen, functionaliteiten en ‘devices’ beheerd worden door mensen zoals jij en ik. We gebruiken inderdaad ‘onze eigen’ Dropbox en Google Drive, echter niet om te ‘individualiseren’, maar juist om te delen of, zo je wilt, te informeren. Het zijn juist de dedicated systemen en dito informatiebeheerders die nog verkeren in het tijdperk van informatie-verzuiling. Een tijdperk waarin ‘walled gardens’ nog steeds heer en meester zijn.

In die zin wordt het inderdaad hoog tijd om eens te gaan ontschotten, maar laten we dat alstublieft doen op basis van informatie’behoefte’ en niet op basis van informatie’beheer’, want dat heeft – althans naar mijn mening – geen enkele zin.
Misschien een idee voor de komende Round Table: ontschot het informatiebeheer en ga informeren!

Deze blogpost is eerder gepubliceerd via zininformatie op 25 oktober 2012.